vraagt de notaris andere bewijzen dan de bank over herkomst geld
Notaris en bank vragen allebei naar herkomst van geld, maar niet altijd hetzelfde
Ja, een notaris kan om andere bewijzen vragen dan een bank, ook als het over dezelfde transactie gaat. Beide zijn verplicht om te onderzoeken waar het geld vandaan komt, maar ze doen dat vanuit een eigen rol en met een eigen risico-inschatting. Een bank kijkt naar de relatie die zij met u heeft: de rekening, de lening, het lopende betalingsverkeer. Een notaris kijkt specifiek naar de akte die hij passeert, bijvoorbeeld een aankoop van een bedrijfspand of aandelen. Daardoor kan de notaris vragen om een ander stuk, zoals een verkoopovereenkomst van een eerder bedrijf of een uitkeringsbewijs van een erfenis, terwijl de bank tevreden was met een jaarrekening en een verklaring.
Dat de vragen verschillen, betekent niet dat een van beiden overdrijft. Beide instellingen zijn verplicht om zelf te beoordelen of het beeld van de herkomst van het geld voor hen kloppend en compleet is. Dat heet cliëntenonderzoek, en wat dat onderzoek precies inhoudt leggen we op een andere pagina uit. Belangrijk om te weten: er bestaat geen vaste lijst met "de juiste bewijzen". De notaris en de bank bepalen zelf, per geval, wat zij nodig hebben om aan hun wettelijke taak te voldoen. Dat verklaart ook waarom de ene bank heel andere dingen vraagt dan de andere — hetzelfde principe geldt tussen notaris en bank.
Waarom dit zo is: de Wwft geldt voor allebei apart
Zowel banken als notarissen vallen onder de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Deze wet verplicht instellingen om zelf onderzoek te doen naar hun cliënt, waaronder de herkomst van vermogen, voordat en tijdens het verlenen van hun diensten. De wet schrijft geen uniforme lijst met bewijsstukken voor; elke instelling moet zelf, op basis van haar eigen risicobeoordeling, vaststellen welke informatie voldoende is. Dat is ook de reden dat een notaris soms vraagt om dezelfde gegevens als uw bank al heeft: niet omdat het dubbel werk is, maar omdat elke instelling haar eigen onderzoek moet kunnen verantwoorden.
Waar dit op gebaseerd is
- Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (het cliëntenonderzoek dat instellingen moeten doen)
- Richtlijn (EU) 2015/849 — de Europese antiwitwasrichtlijn waar de Wwft uit voortkomt, met de definitie van uiteindelijk belanghebbende
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
De uitwerking per verplichting, met de termijnen die erbij horen en de sjablonen om het vast te leggen, zit in het abonnement.
Bekijk het abonnement Eerst de gratis quick-scanDit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.